Soms eindigen dromen die in vervulling gaan, in niets meer dan kapotgespatte illusies. Toen ik acht jaar was, en na heel lang zeuren eindelijk op balletles mocht, vond ik het na de eerste les al vreselijk tussen al die frele popjes in roze jurkjes, en smeekte ik mijn moeder om me over te plaatsen naar de toneelles in het lokaal ernaast. (Die ik overigens wel erg leuk vond.) Een verhuizing naar Japan, in het kader van een langbegeerde hereniging met een vriendje, ontaardde in een relationeel drama waarbij het vriendje zich ontpopte tot een bottebully die dreigde harakiri te plegen als ik hem verliet. En toen ik eindelijk oud genoeg werd bevonden om de schuine moppen te horen die mijn vader in grote gezelschappen regelmatig tapte, bleek ik ze allemaal al op straat en in het klaslokaal gehoord te hebben.
De grootste desillusie vond ik echter wel, dat volwassen worden niet vanzelf gaat. Als kind dacht ik dat als ik eenmaal een bepaalde leeftijd had bereikt, ik exact zou weten hoe het leven in elkaar stak. Dat je als bij toverslag snapt hoe je belastingpapieren invult, hoe hypotheken werken, hoe je omgaat met familieconflicten en ruzies uitpraat zonder slaan of huilen, daarnaast werk vindt wat exact bij je past en waar je elke ochtend fluitend naar toe gaat, dat je weet hoe lang aardappelen en rijst moeten koken zonder drassig of juist droog te worden, dat je koffie lust en olijven, en dingen gaat zeggen als ‘die wijn smaakt kruidig met een fris accent’ en dat je, als je mensen redelijk en rationeel behandelt, ook altijd redelijk en rationeel behandeld wordt door je mede-volwassenen (toen ik dat dacht, was ik overduidelijk nog nooit bij de Dwaze Dagen van de Bijenkorf geweest en had ik ook nog nooit iemand van UPC aan de telefoon gehad).
Die volwassen status heb ik nog niet bereikt en ik vraag me of of dat ooit nog gaat gebeuren. Ik fladder maar zo’n beetje door het leven, van het ene korte termijngeluk naar het andere, zonder het nut op de lange termijn voor ogen, als een soort spek-en-bonenvolwassene. Als ik op feestjes eens iets zeg over de hypotheekrente aftrek heb ik gelijk het gevoel dat ik de boel sta te beduvelen. Ik kan zo een pak koekjes achter elkaar opeten, breng altijd mijn biebboeken veel te laat terug, kon 35 jaar geen autorijden, en laat me gemakkelijk van mijn werk/administratie/huishouden halen met het motto ‘geen zin in, morgen misschien’. Ik heb me altijd enigszins beschaamd gevoeld over mijn onvolwassen aspecten. Dus knik ik serieus en meewarig als iemand zijn zorgen uitspreekt over de economie, gebruik ik ‘te druk’ als synoniem voor ‘te lui’ en heb ik mijn biebpas maar afgeschaft. Maar toen ik deze week een lieve tante aan de telefoon had, en ik vertelde dat het behalen van een rijbewijs mijn eerste stap was richting volwassenheid, was haar antwoord: ‘Volwassen worden? Dat moet je helemaal niet doen, want dat is heus niet leuk.’ Dus nu koester ik mijn kinderlijke ik een beetje meer, en dat vind ik dan weer heel volwassen van mezelf.
Vooral jong blijven… vooral jong blijven tot het eind! Niet voor niets een heel populair liedje toen ik jonger was…
Ik rommel ook maar wat aan. Voel me totaal niet volwassen, al heb ik wel zelf een hypotheek geregeld, heb ik een auto en een vast contract op mijn werk. Ik probeer gewoon zoveel mogelijk dingen te doen die ik leuk vind, variĆ«rend van een pak roze koeken in 1 x opeten, op zondag de hele dag in pyjama rondlopen, weekendjes weg, rood staan, Het Paard van Sinterklaas op dvd kijken, onverantwoorde uitgaven doen, fietsen op een fiets met bloemetjes of pas heel laat eten ipv ‘rond etenstijd’. En koffie vind ik ook nog steeds smerig. Wijn ook.
Volwassen worden is iets wat hopelijk nog een keer vanzelf gebeurt.
Later als ik groot ben.
Ik heb die volwassen-worden-illusie ook al laten varen. Geloof niet dat het nog gaat gebeuren. En ik lust inderdaad nog steeds geen koffie, of bier. Maar rood staan doe ik nooit.