Zij


Sommerblom, dertiger, linksige artistiekeling met een bikinifobie, wereldburger, worstelende moeder en wegpiraat.

Toen ik klein was wilde ik straaljagerpiloot worden. Een eventuele carrière in het leger was niet vreemd. Mijn opa was officier bij de landmacht geworden nadat hij in de oorlog al zijn bezittingen was kwijtgeraakt, inclusief huis en onderneming. Een oom deed het nog steeds bijzonder goed in het leger. Ook toen ik als tiener een keer voor een schermwedstrijd op de KMA was meende ik nog dat ik daar over een paar jaar ook zou studeren.

Tegen de tijd dat ik een studiekeuze moest maken was het geen optie meer om straaljagerpiloot te willen worden. Bril en vullingen maakten dat ik niet meer door de selectie heen zou komen. In een troostprijs, als gewoon piloot of helikopterpiloot, was ik niet geïnteresseerd. Ook in een baan als piloot in de burgerluchtvaart was ik niet geïnteresseerd, niet in de laatste plaats vanwege de grote investering (hoe zou ik ooit mijn vader zo ver krijgen?), maar ook omdat computers lonkten. We schrijven 1985 en ik zat tot over mijn oren in de BBC Micro en dat smaakte naar veel meer.

In 1985 bestond de dienstplicht nog. Ik had één dag de wondere militaire wereld mogen proeven. Als gangmaker in een kantine vol schuchtere 18-jarigen verbaasde ik mezelf. De koffie zat met suiker en melk in de thermoskan en was vreselijk. Ik viel bijna flauw toen het bloedprikken resulteerde in een dikke bult op mijn arm. Desondanks werd ik goedgekeurd. Het was toen in om gewetensbezwaard te zijn of juridisch bezwaar te maken, maar dat vond ik niet passen. Ik kreeg uitstel in verband met mijn studie.

Na zes jaren als student begon het auditorschap in zicht te komen, een positie waarvoor het ministerie geen uitstel verleende. Ik schreef me in om ROAG te worden—Reserve Officier Academisch Gevormd. Na een korte basisopleiding mag je dan ergens een bureaubaantje vervullen dat aansluit op je studie. Hiervoor bestond een selectie die ik nestjes doorliep. Een van de aspecten was een gesprek met een officier. De goede man beoordeelde hoe het stond met je motivatie. Tegenover hem zat een jongeman met lang haar en een soort lange baard onderuit op een stoel, met spijkerbroek, T-shirt en kistjes. Ik kan me geen details van het gesprek herinneren maar ik vermoed dat ik ’s mans vooroordelen bevestigde met mijn antiautoritaire houding en motivatie uit het ongerijmde. Ik werd geen ROAG.

Een half jaar later was ik soldaat. Gelukkig was er toch enige vorm van selectie toegepast en was ik niet slechts kanonnenvoer. Onze pelotons bestonden voornamelijk uit HBO en WO opgeleiden die werden klaargestoomd tot gewondenverzorger/chauffeur. In de eerste twee maanden kregen we de basisopleiding en haalden we ons EHAF diploma (Eerste Hulp Aan het Front). Dit was op anderhalf uur met de trein, dus ’s avonds en ’s nachts kon ik prima thuis met mijn beste programmeervriendje achter de computer zitten, werken aan ons project waar we al twee jaar mee bezig waren. Bovendien was het leren plakken van mensen erg leuk. Ik vermaakte me prima.

De derde maand haalden we ons C-rijbewijs in een viertonner. Heel erg leuk. Het was op fietsafstand, dus het legde minder beslag op mijn tijd.

Toen de opleiding klaar was werden we operationeel. Niets is geestdodender dan operationeel zijn. Het was op meer dan 2.5 uur openbaarvervoertijd dus een dagelijkse commute zat er niet in. Ik koos ervoor om nog maar één keer per 48 uur te slapen, van het avondappel tot het ochtendappel wanneer ik overbleef op de kazerne. De andere nacht zat ik weer thuis achter mijn computer te werken.

Ik had een grondige hekel aan de leiding van ons peloton. Naast de dienstplichtige luitenant waren er twee beroepssergants die vreselijk dom waren en die ons allerlei vreselijk domme dingen lieten doen. Schoenen poetsen, wapens poetsen, auto’s poetsen, kamer poetsen. Het dagelijkse lichtpuntje waren een blikje Fanta en twee broodjes frikandel in het kroeglokaal. Aan de geur van de kantine, die op een goed moment een tijdje dicht moest omdat ‘ie ontdaan moest worden van de kakkerlakken, heb ik een grondige hekel aan kantines overgehouden, zo eentje die door de geur getriggerd wordt en waar niet aan te ontkomen is.

Op een goed moment was er sprake van dat er een uitzending zou plaatsvinden naar Cambodja. Ongeacht de gevaren stond ik vooraan in de rij om mee te mogen. Alles was beter dan niets doen.

Intussen ging het slechter met mij. Ik sliep te weinig, dronk te veel en rookte een pakje zware per dag. Ik had slechte gedachten tijdens de schietoefeningen. Op een goede morgen, na de kamerinspectie, toen de rest naar buiten liep voor het ochtendappel had ik er genoeg van. Ik ging bovenop een kast zitten en kwam er niet af.

De luitenant stuurde iedereen weg en praatte me van de kast af. Huilend voer ik tegen hem uit over hoe hier gezeikt werd over hoe men een handdoek op het voeteneind te drogen dient te leggen, terwijl in Joegoslavië oorlog woedde en mensen dood gingen. De nutteloosheid van het operationeel zijn had van me gewonnen.

Ik mocht die dag naar huis. Op wat bezoekjes aan de softe sector na ben ik niet meer terug geweest.

Leave a Reply

 

 

 

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>